Aanvullend pensioen voor een volledige sector

Sectorale pensioenplannen worden ingericht door de paritaire commissies (PC) voor alle werknemers van een sector.

Monument Assurance Belgium beheert aanvullende pensioenstelsels van verschillende sectoren en subsectoren:

Oorsprong van het sectoraal aanvullend pensioen

De pioniers: de sector van de metaalfabrikatennijverheid

De sector van de metaalfabrikatennijverheid heeft duidelijk een pioniersrol gespeeld. In de metaalfabrikatennijverheid - één van de grootste sectoren in België - genieten arbeiders sedert 2000 van een sectoraal pensioenstelsel, en bedienden sedert 2002.

Democratisering van de sectorale pensioenen

De Wet over de Aanvullende Pensioenen (WAP) voerde in 2004 sectorale aanvullende pensioenen voor werknemers van elk type onderneming in. De democratisering van deze stelsel is sedertdien blijven toenemen. Het aantal werknemers dat nu toegang heeft tot een sectoraal aanvullend pensioen is spectaculair gestegen, toch blijft de hoogte van de bijdragen beperkt.

Werking

De Wet over de Aanvullende Pensioenen verplicht de sociale partners om zich te houden aan een aantal regels bij de inrichting van een sectoraal aanvullend pensioen. Die sociale partners komen samen in Paritaire Comités (CP) die bevoegd zijn om te onderhandelen over de loon- en werkvoorwaarden, waaronder het aanvullend pensioen.

Wie zijn de actoren?

  • De inrichter: het Paritair Comité dat als rechtspersoon beslist over de invoering van en de voorwaarden voor de uitvoering van het sectoraal stelsel.
  • De onderneming: de werkgever die onder een bepaald CP valt en personeel te werk stelt voor wie het sectoraal stelsel van toepassing is.
  • De pensioeninstelling: de verzekeraar die door het PC is gekozen voor de uitvoering van het sectoraal stelsel.
  • De aangeslotene: de werknemer in een onderneming die van het sectoraal stelsel kan genieten.

Hoe werkt het?

Het sectoraal pensioenstelsel wordt ingevoerd door een of meerdere collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s). Die CAO's bepalen het toepassingsgebied van het sectoraal pensioen. Voor bepaalde type ondernemingen kunnen ze afwijkende voorwaarden voorzien en die uitsluiten van het toepassingsgebied. De CAO's kunnen ondernemingen van de sector ook de vrijheid bieden om met een eigen pensioeninstelling te werken (opting out) in plaats van met de vooropgestelde instelling. Die afwijkingen gaan echter gepaard met zeer specifieke voorwaarden die de betreffende ondernemingen te allen tijde dienen na te leven.

Gewoon of sociaal sectoraal stelsel

Klassiek sectoraal stelsel

Het gewoon sectoraal stelsel is een verbintenis die alleen een aanvullend rust- en overlevingspensioen voorziet.

Sociaal sectoraal stelsel

Het sociaal sectoraal stelsel voorziet naast de pensioenoezegging een solidariteitstoezegging. Een solidariteitstoezegging biedt personen die van een gewoon stelsel genieten de mogelijkheid om pensioenrechten op te bouwen voor de perioden waarin ze niet gewerkt hebben (voorbeelden: tijdelijke werkloosheid, werkonbekwaamheid, ouderschapsverlof, palliatief verlof …). De lijst met solidariteitsprestaties is uitgebreid en geregeld in een specifiek koninklijk besluit.

Het solidariteitsluik van een sectoraal stelsel vormt een afzonderlijke toezegging, de zogenaamde solidariteitstoezegging. De uitvoering van die toezegging wordt toevertrouwd aan een solidariteitsinstelling.

Als aan alle uitvoeringsvoorwaarden voldaan wordt, geniet het sociaal sectoraal stelsel van een fiscale incentive door vrijstelling van de belasting op de premies van het pensioentoezegging. Het sociaal sectoraal stelsel wordt ook niet opgenomen in de loonnorm.

Eén statuut voor arbeiders en bedienden : wat met de sectorpensioenen?

Verlenging van de stand-still periode

Binnen de Groep van 10 is een akkoord bereikt om de harmonisatie van de aanvullende pensioenen tussen arbeiders en bedienden 5 jaar uit te stellen tot 2030.

Concreet betekent dit dat de harmonisering bij de individuele werkgevers ten laatste op 1 januari 2030 gerealiseerd moet zijn (in plaats van 1 januari 2025).

De sectoren hebben tot 1 januari 2027 (in plaats van 1 januari 2023) om de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten in te dienen met als doel de invoering van sectorale harmonisatie, uiterlijk op 1 januari 2030 (in plaats van 1 januari 2025).

Minimale bijdrage

De Groep van 10 heeft eveneens een akkoord bereikt over het principe dat een deel van de toekomstige loonmarges - ten minste 0,1% - moet worden gebruikt voor de harmonisatie.

Vanaf de volgende loonovereenkomsten zal dit een verplichting worden in die sectoren waar nog een verschil bestaat tussen arbeiders en bedienden.

Bron: Koninklijk Besluit van 16 september 2021 als bindende uitvoering van CAO nr. 158 van 15 juli 2021, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, waarbij een deel van de loonmarge wordt bestemd voor de afschaffing van het onderscheid tussen arbeiders en bedienden op het gebied van de aanvullende pensioenen.

Contact

Monument Assurance Belgium

Postadres:

PLACE ST-JACQUES 11 / 101
4000 LIEGE
BELGIQUE
+32 (0) 4 232 44 11 | +32 (0) 2 774 88 50 | +32 (0) 3 216 40 80
info.mabs@monumentinsurance.com
Naar boven